Perinatale depressie: hogere zuigelingensterfte?
Een perinatale depressie heeft negatieve effecten op de gezondheid van de moeder en de baby. In een studie, die in 2026 is gepubliceerd in JAMA Network Open, is een correlatie vastgesteld tussen depressieve symptomen bij de moeder na de bevalling en de zuigelingensterfte. Vandaar het belang van screening en een aangepast beleid.
Meer dan 20% van de vrouwen vertoont perinatale depressieve of angststoornissen tijdens de zwangerschap of na de bevalling (1). Een perinatale depressie in de brede klinische betekenis kan optreden tijdens de zwangerschap of het eerste jaar van het postpartum. De prevalentie van depressie in engere zin wordt geraamd op 6,2% tijdens de zwangerschap en 6,8% tijdens het eerste jaar na de bevalling (2).
De symptomen daarvan zijn een depressieve gemoedsstemming, persisterende anhedonie en andere symptomen gedurende minstens twee weken met een significante weerslag op de vrouw. Te onderscheiden van de baby blues, die over het algemeen geneest binnen twee weken na de bevalling (1).
Een hogere zuigelingensterfte
Onderzoekers hebben een retrospectieve studie uitgevoerd in New Jersey, waarin ze 414.890 geboortes van één kind tussen 2016 en 2020 hebben geanalyseerd. 906 baby’s zijn gestorven. Depressieve symptomen bij de moeder werden opgespoord voor ontslag uit de kraamkliniek met de Edinburgh Postnatal Depression Scale (EPDS). Bij 3,8% van de moeders was de screening positief (score ≥ 10) (3).
In die groep bedroeg de zuigelingensterfte 7,2 per 1.000 geboortes tegen 2,0 per 1.000 in de andere groep. Na correctie voor demografische en sociaaleconomische factoren bedroeg het gecorrigeerde relatieve risico (aRR) 2,89 (95% BI: 2,36-3,54). De auteurs hebben een hogere sterfte als gevolg van vroeggeboorte, perinatale aandoeningen, aangeboren misvormingen en wiegendood vastgesteld. De correlaties bleven overeind na correctie voor verloskundige en neonatale factoren (aRR: 1,97). Er is geen bewijs geleverd van een oorzakelijk verband (3).
Opsporen en de follow-up organiseren
Het ACOG raadt een screening aan bij de eerste consultatie tijdens de zwangerschap, tijdens de zwangerschap en na de bevalling. De EPDS (10 items) en de PHQ-9 (9 items) zijn twee screeningtools die gevalideerd zijn voor gebruik tijdens de zwangerschap en het postpartum. Een positief resultaat is op zichzelf echter geen diagnose, maar moet leiden tot een klinische evaluatie van de symptomen, de duur, de ernst en de weerslag ervan (1).
Tijdens het gesprek moet je ook polsen naar zelfmoordgedachten en tekenen van een bipolaire stoornis. Naargelang van de ernst van de symptomen kan je een behandeling organiseren in samenwerking met de huisarts of een psychiater. In geval van een dreigend zelfmoordrisico of vermoeden van postpartale psychose is een onmiddellijke psychiatrische evaluatie vereist (1).
Referenties:
(1) American College of Obstetricians and Gynecologists. Screening and diagnosis of mental health conditions during pregnancy and postpartum: ACOG Clinical Practice Guideline No. 4. Obstet Gynecol. 2023;141(6):1232-1261. doi:10.1097/AOG.0000000000005200.
(2) Ferrari AJ, Miller PA, Shadid J, Mantilla Herrera A, Ahmed SM, Malpani P, et al. The global prevalence of major depressive disorder during the peripartum period: a systematic review and meta-regression. Lancet Psychiatry. 2026;13(6):461-471. doi:10.1016/S2215-0366(26)00085-4.
(3) Woofter R, McGovern ME, Abe N, Rokicki S. Perinatal depression and infant mortality. JAMA Netw Open. 2026;9(9):e2631364. doi:10.1001/jamanetworkopen.2026.31364.