Neoadjuvante therapie bij reseceerbaar melanoom: een update
De neoadjuvante behandelingsstrategie heeft stilaan haar plaats gevonden in de aanpak van reseceerbare melanomen in stadium III en IV. Een meta-analyse, gepubliceerd op eClinicalMedicine(1) vat de recente gegevens samen.

Melanoom is de belangrijkste doodsoorzaak onder de huidkankers. In de voorbije decennia is de incidentie ervan jaarlijks met 3 tot 7% toegenomen. Hoewel melanomen slechts zo’n 1% van alle huidkankers uitmaken, zijn ze verantwoordelijk voor meer dan 80% van de sterfgevallen door deze tumoren. In het verleden, bij gebrek aan doeltreffende systemische behandelingen, bedroeg de mediane overleving van een stadium IV-melanoom minder dan twaalf maanden.
Het doel van neoadjuvante therapie (NT) is de immuunactivatie te boosten op het moment dat de hoeveelheid tumorale antigenen(2) het hoogst is, om zo een duurzamere en meer complete respons te bevorderen. Die vroegtijdige immuunactivatie zou kunnen helpen om circulerende kankercellen en ook occulte micrometastasen te elimineren. Daarmee wordt het risico op postoperatief recidief verlaagd.
Complete respons bij één op drie
De meta-analyse omvat 43 studies met in totaal 2.821 patiënten met reseceerbare melanomen in stadium III en IV. Hierbij werd NT gedefinieerd als de toediening van een systemische behandeling vóór chirurgische resectie (voornamelijk op basis van immuuncheckpointremmers, BRAF/MEK-gerichte therapieën of combinaties daarvan), en in zeldzamere gevallen van pre-operatieve radiotherapie of chemotherapie.
Het totale percentage pathologische complete respons (pCR) wordt geschat op 33%, terwijl het percentage radiologische complete respons (rCR) lager blijft (11%), wat doet vermoeden dat de beeldvorming de werkelijke respons onderschat. De pCR-percentages lijken grotendeels gelijk te lopen tussen immuuntherapie en gerichte therapie, ook bij verschillende protocollen en methodologieën.
Opvolging en tolerantie
Het globale overlevingspercentage (OS) na NT bedroeg 81% en de progressievrije overleving (PFS) 60%, met een follow-upduur die varieerde in de verschillende studies. In de beschikbare vergelijkende analyses gaat neoadjuvante therapie gepaard met een significante vermindering van het risico op progressie (HR 0,58 voor PFS) en het risico op overlijden (HR 0,64 voor OS) als we vergelijken met een uitsluitend adjuvante aanpak.
Met NT wordt de frequentie van ernstige bijwerkingen (graad 3 of hoger) geschat op 33%, zonder significant verschil t.o.v. adjuvante behandeling. De meeste van de opgenomen studies hadden echter geen controlegroep en de protocollen liepen sterk uiteen, wat de robuustheid van de conclusies beperkt. Om de strategie op gestandaardiseerde manier te kunnen implementeren, zijn aanvullende gerandomiseerde studies nodig, net als multidisciplinaire discussies in gespecialiseerde MOC-vergaderingen.
Opmerkingen en bronnen:
1. Yuan F, Jing M, Chen X, Zhang X. Effect of neoadjuvant therapy on survival outcomes in patients with melanoma: a systematic review and meta-analysis. eClinicalMedicine. 2025;88:103504.
2. Tumor Antigen Load’ is de biomarker die verwijst naar het aantal afwijkende eiwitten (neoantigenen) dat door de tumorcellen kan gepresenteerd worden aan het immuunsysteem.