Gemengde urinewegsymptomen: het mechanisme stapsgewijs behandelen
Wat doe je als lage-urinewegsymptomen aanhouden ondanks een behandeling? Op het jaarlijkse congres van de International Continence Society (ICS) in 2026 werd een dergelijke casus gepresenteerd. Bij de behandeling werd uitgegaan van de Europese richtlijnen en het klinische oordeel van de arts.
Een 73-jarige patiënt bood zich aan op het spreekuur wegens een benigne prostaathypertrofie en een overactieve blaas. “Hij had gemengde lage-urinewegsymptomen, overwegend mictieproblemen: zwakke straal, onvolledige lediging, af en toe urgency en nycturie”, aldus prof. Cosimo De Nunzio, hoogleraar urologie aan de Universiteit La Sapienza in Rome. “De patiënt was gepensioneerd, maar nog actief, hechtte veel belang aan zijn seksuele leven en had hypertensie en glaucoom.”
Conform de EAU-richtlijnen (1) voor lage-urinewegsymptomen bij mannen, werden de volgende onderzoeken uitgevoerd:
- symptoomscores: IPSS 20 (16 mictie, 4 vulling), levenskwaliteit 4, IIEF-score 25;
- prostaat: negatief rectaal toucher, prostaat van 42 ml en PSA 2,2 ng/ml;
- debietmeting: maximaal debiet (Qmax) 10 ml/sec en residu na mictie 60 ml.
- urinecultuur: negatief.
Eerste medicatie
De uroloog heeft vervolgens eerst een alfablokker voorgeschreven, meer bepaald tamsulosine 0,4 mg, gecombineerd met maatregelen op het gebied van levensstijl en voeding. Na vier weken kwam de patiënt terug, ontevreden, want hij had nu ejaculatieproblemen, “een frequente bijwerking van tamsulosine”, commentarieert prof. De Nunzio, die dan is overgeschakeld op alfuzosine in combinatie met het hexaanextract van Serenoa repens “omdat de patiënt zowel vullings- als mictiesymptomen vertoonde, conform de EAU-richtlijnen en de literatuur”.
De patiënt werd 6 weken later teruggezien. Goed nieuws: de IPSS was gedaald tot 11. Zes maanden later was de IPSS weer licht gestegen tot 13 en bedroeg de Qmax 13 ml/sec. De klinische situatie leek dus stabiel. “Het was de bedoeling de behandeling voort te zetten en de patiënt jaarlijks terug te zien voor controle van zijn symptomen en de therapietrouw. Helaas worden de patiënten vaak uit het oog verloren ...”
Chirurgische behandeling voor de BPH
De patiënt is pas twee jaar later weer op spreekuur gekomen. Zijn symptomen waren verergerd: IPSS 30 (mictie 20, vulling 10), levenskwaliteit 6, Qmax 6 ml/sec, residu na mictie 140 ml en prostaat 60 ml. Hij eiste een chirurgische behandeling. Maar dan dien je eerst een urodynamisch onderzoek uit te voeren. Waarom? “Volgens de gegevens van de UPSTREAM-studie (3) zat de patiënt in een oranje zone, vooral gezien de vullingssymptomen. De resultaten van een chirurgische behandeling dreigen dan slecht te zijn.” Het urodynamisch onderzoek wees op een goedaardige prostaatobstructie en een overactieve m. detrusor. Dat werd aan de patiënt meegedeeld.
Voor de interventie zijn meerdere opties en technieken mogelijk, afhankelijk van de voorkeur van de uroloog en de verwachtingen van de patiënt. De patiënt maakte zich zorgen over eventuele ejaculatieproblemen na een standaard transurethrale prostaatresectie (TURP) of een laserprostatectomie. Daarom werd geopteerd voor een TURP met vrijwaren van de ejaculatie.
Drie maanden later was de toestand duidelijk verbeterd: Qmax 28 ml/sec, normale ejaculatie … maar persisterende urgency en nycturie.
β3 agonist voor de overactieve blaas
Wat doe je in geval van een persisterende overactieve blaas na desobstructie? De uroloog heeft de
β3-adrenerge-receptoragonist vibegron voorgeschreven. De COURAGE-studie (4) heeft vibegron geëvalueerd bij mannen met persisterende symptomen van een overactieve blaas, die behandeld werden met een alfablokker, al dan niet in combinatie met een 5-alfareductaseremmer, voor BPH. Na twaalf weken waren de frequentie van urinelozingen (- 0,74/d) en het aantal episoden van urgency (- 0,95/d), nycturie (- 0,22/nacht) en urge-incontinentie (- 0,80/d) significant lager met vibegron dan in de placebogroep (p ≤ 0,003) (4). Ook in de VAPOR-studie (5) uitgevoerd bij mannen met persisterende symptomen van een overactieve blaas na chirurgie van de obstructie, daalde het aantal urinelozingen significant. “Mirabegron is ook effectief, maar onze patiënt nam metoprolol in”, aldus prof. De Nunzio. “Gezien het risico op medicamenteuze interacties hebben we gekozen voor vibegron.”
Zes weken later was de evolutie positief: de patiënt werd ’s nachts minder vaak wakker, had minder urgency, stond met meer vertrouwen in het leven en zijn seksuele functie was gevrijwaard dankzij de chirurgie … wat zijn wens was.
Referenties
(1) European Association of Urology. Guidelines. Non-neurogenic male LUTS, 2026. https://uroweb.org/guidelines/management-of-non-neurogenic-male-luts
(2) L. Boeiri et al, Sci Rep, 2017 Nov;7(1):15179
(3) K. Bailey et al, Trials, 2015 Dec;16:567
(4) D. Staskin et al, J Urol, 2024 Aug;212(2):256-266
(5) N. Seki et al, Low Urin Tract Symptoms, 2024 Jul;16(4):e12529
BE--10-26-2600009
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Laboratoires Pierre Fabre.