OCD bij kinderen en jongeren
'Als ouder kan je de dwang van je kind niet oplossen'
Een obsessieve-compulsieve stoornis (OCD), of dwangstoornis, bij kinderen is veel meer dan wat eigenaardige gedachten of vreemd gedrag. Dr. Hilde Sijmons benadrukt dat het gaat om een frequent voorkomende, ernstige psychiatrische stoornis die diep kan ingrijpen op het leven van kinderen én hun gezinnen.
Toch ligt er een groot taboe op een dwangstoornis. Kinderen voelen schaamte voor hun dwang en proberen de symptomen zoveel mogelijk te verbergen, zegt dr. Hilde Sijmons, kinderpsychiater aan het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven.
"Ouders wordt vaak gevraagd om de dwang van hun kind binnenskamers te houden. OCD wordt in stilte geleden. Daardoor is een dwangstoornis een nobele onbekende in de samenleving. Zelfs in de hulpverlening is er niet veel aandacht voor en is er weinig gespecialiseerde kennis over de diagnostiek en behandeling van OCD, zeker ook bij kinderen."

Wat is OCD?
OCD is een stoornis met obsessies (dwanggedachten) en/of compulsies (dwanghandelingen), legt Sijmons uit. Dwanggedachten komen voortdurend als een stem in het hoofd van kinderen en zijn moeilijk te onderdrukken. Ze hebben vaak een angstige inhoud omdat de kinderen het risico op negatieve gebeurtenissen overschatten.
Zo is er de angst om besmet of vuil te worden, de vrees om zichzelf of anderen schade te berokkenen, zoals zelf van de trap springen of iemand van de trap duwen, ook al wil het kind dat helemaal niet, of de behoefte aan precisie en symmetrie, waarbij de dingen moeten liggen zodat het goed voelt.
Dwanghandelingen worden uitgevoerd om de spanning die is ontstaan door de dwanggedachten te neutraliseren. Dwanghandelingen worden herhaaldelijk uitgevoerd, vaak volgens een strikt ritueel. Kinderen voelen zich gedwongen deze handelingen uit te voeren, ook al willen ze dat liever niet.
Voorbeelden zijn handen wassen of douchen, dingen controleren (heb ik de deur wel op slot gedaan?), aan een ouder geruststelling vragen dat er niets ernstigs zal gebeuren, of voorwerpen leggen zodat het goed voelt, ordenen, tellen, belang hechten aan getallen of zorgen voor symmetrie in de handelingen.
Dwanggedachten lokken dwanghandelingen uit en dit patroon komt steeds terug.
Proberen niet op de voegen tussen stoeptegels te stappen, zoals jonge kinderen wel eens doen, is nog geen OCD. Slechts wanneer dwanggedachten en dwanghandelingen oncontroleerbaar zijn, veel tijd in beslag nemen en een forse impact hebben op het dagelijks leven, spreekt men van OCD.
OCD heeft veel impact
Op school verbergen kinderen angstvallig hun dwanggedachten en dwanghandelingen, maar ze zijn er wel mee bezig, soms in die mate dat opletten in de les of schoolwerk maken sterk belemmerd worden, zegt Sijmons.
Thuis proberen ouders de dwang van hun kind op allerlei gewone manieren te stoppen, maar dat lukt niet. De dwang nestelt zich in het gezin. Zo leggen kinderen met smetvrees hun strikte hygiëneregels op aan het hele gezin, zegt Sijmons.
Sommige ouders helpen vanuit medelijden en betrokkenheid hun kinderen in hun dwang – 'accomoderen' noemt Sijmons dat. Zo verlaagt de spanning bij het kind en in het gezin, maar deze ouders raken ongewild mee betrokken in de dwangrituelen en kunnen daar moeilijk terug uit.
Andere ouders vinden OCD een vreemd en irrationeel fenomeen. Ze manen hun kinderen aan om er zelf mee te stoppen. Ze zeggen ‘doe gewoon’ of ‘doe wat meer je best om de dwang te stoppen’ – voorbeelden van 'antagoneren'. Het kind voelt zich dan niet gehoord.
Deze goedbedoelde reacties van ouders verminderen de dwang van hun kind niet, integendeel, ze bestendigen deze. De spanning in gezinnen loopt meestal hoog op. Broers en zussen worden ook betrokken bij de dwang.
CGT als eerstekeuzetherapie
OCD verdwijnt niet vanzelf, benadrukt Sijmons, maar kan met succes behandeld worden. "Kinderen bij wie de diagnose OCD vroegtijdig wordt vastgesteld en die tijdig behandeld worden, hebben een hoge kans op herstel. Daar moeten we op inzetten."
Er zijn verschillende aangrijpingspunten voor een evidence-based behandeling van OCD. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is de hoeksteen van de behandeling van OCD-symptomen en de eerstekeuzebehandeling voor OCD bij kinderen.
Deze therapie wordt uitgevoerd door een psycholoog met een opleiding in CGT en ervaring met OCD. CGT is een 'straight forward'-therapie waar oefenen om de spanning bij dwanggedachten en -handelingen te leren tolereren centraal staat om de dwang te verminderen. Het spreekt vanzelf dat deze therapie een inspanning en motivatie van het kind vraagt.
Medicatie (SSRI's) als monotherapie heeft een vergelijkbaar effect als CGT; samen met CGT heeft het een licht hoger effect. Maar Sijmons waarschuwt: "Medicatie onderdrukt de symptomen, maar eens de medicatie niet meer genomen wordt, is er niets geleerd, zoals wel het geval is bij CGT. De dwang kan terug opduiken. Daarom wordt medicatiegebruik best aangevuld met CGT."
'Cognitieve gedragstherapie is de eerstekeuzebehandeling voor OCD bij kinderen'
– dr. Hilde Sijmons
Daarnaast is ouderbegeleiding een belangrijke pijler in de behandeling, zegt Sijmons. In de groepssessies voor ouders die het UPC organiseert, merkt ze bij ouders hoe groot de honger naar informatie en steun is. "Ouders voelen zich vaak schuldig. Het helpt hen te beseffen dat dwang geen gedrag is dat hun kind kiest, maar een stoornis die behandeld kan worden."
"Ouders willen de dwang van hun kind wegnemen. Dat gaat niet: als ouder kan je de dwang van je kind niet oplossen. Maar je kan je kind wel ondersteunen om zelf zijn angst en zijn leed te overwinnen." Daarnaast hebben veel ouders ook nood aan ondersteuning op vlak van opvoeden.
Stress als trigger
Aanhoudende stress uit diverse hoeken is de belangrijkste trigger en onderhoudsfactor voor OCD, zegt Sijmons. Naast de school is ook het gezin zelf soms een bron van stress.
"Ouders geven – vaak onbewust – hun eigen angsten door. Tegen hun kind dat met de jeugdbeweging op weekend vertrekt, zeggen ze niet ‘maak er een leuk weekend van’, maar ‘wees voorzichtig, kijk goed uit, pas op jezelf.’ Deze waarschuwing beschermt een kind natuurlijk niet, maar geeft wel de boodschap dat zo’n weekend gevaren kan meebrengen", vertelt Sijmons.
Ook onze culturele achtergrond en de huidige prestatiegerichte samenleving geven heel wat stress voor ouders en kinderen. Het lijkt dan ook geen toeval dat OCD toeneemt in onze samenleving, waarin een goed diploma wordt voorgesteld als quasi noodzakelijke voorwaarde om gelukkig te worden. "OCD komt duidelijk vaker voor in landen met een hoog inkomen, waar prestaties centraal staan. Ouders – vaak met de beste bedoelingen – leggen onbewust hoge normen op aan hun kinderen", zegt Sijmons.
Daarom is op zoek gaan naar wat spanning geeft voor een kind en deze stress proberen te verminderen een belangrijke hefboom om OCD te behandelen.
Huisarts voor vroege detectie
De huisarts kan een belangrijke rol spelen in de vroegtijdige detectie van OCD bij kinderen. Kinderen en ouders melden zelden spontaan dwangmatig gedrag of dwanggedachten in de huisartsenpraktijk. "Mensen lopen daar niet mee te koop", stelt Sijmons.
Omdat kinderen hun dwang zelf niet naar buiten brengen, kan de huisarts bij een gespannen, niet goed functionerend kind dat misschien nu en dan een attest voor schoolafwezigheid nodig heeft, zelf actief screenen op kenmerken van OCD, zowel bij het kind apart als bij de ouders.
Sijmons raadt concrete, niet-suggestieve vragen aan: ‘Heb je soms vreemde gedachten?’ ‘Doe je dingen meerdere keren na elkaar?’ ‘Lukt het soms niet om op tijd op school te geraken?’ ‘Lig je ’s avonds pas laat in bed omdat je eerst nog bepaalde gedragingen moet uitvoeren?’
'Kinderen en ouders melden zelden spontaan dwangmatig gedrag of dwanggedachten in de huisartsenpraktijk'
De huisarts kan dan verwijzen naar geschikte hulpverlening, de behandeling mee opvolgen en follow-up voorzien.
Wanneer OCD vermoed wordt, zijn de aangewezen verwijspartners een psycholoog met opleiding in cognitieve gedragstherapie en ervaring met OCD, en een kinderpsychiater die de stoornis goed kent en eventuele comorbide stoornissen opzoekt en behandelt.
En precies daar wringt het schoentje. "We hebben niet genoeg therapeuten met die expertise", zegt Sijmons. "In de opleidingen en in de hulpverlening is OCD amper zichtbaar. Het komt zelden aan bod op symposia. OCD is in de samenleving ook veel minder gekend dan autisme of ADHD."
Sijmons pleit voor de uitbouw van universitaire kenniscentra voor OCD en gespecialiseerde multidisciplinaire hulpverlening voor OCD voor kinderen en jongeren, zoals die ook georganiseerd wordt voor andere stoornissen. "Dat is ook de reden waarom ik mijn boek heb geschreven. Ik wil een klokkenluider voor OCD zijn en ‘OCD op de kaart zetten’."
Desondanks is Sijmons hoopvol. "OCD bij kinderen is goed behandelbaar, zeker als de stoornis vroeg wordt herkend." Ze verwijst naar een Noorse longitudinale studie* waarbij kinderen in twee groepen werden behandeld: cognitieve gedragstherapie versus medicatie. Kinderen die met CGT dwangvrij werden, bleven goed; bij wie nog restklachten had, werd de CGT verdergezet. Later, zonder actieve behandeling, nam het effect van de behandelingen nog toe.
* Melin K, Skarphedinsson G, Thomsen PH, et al., Treatment Gains Are Sustainable in Pediatric Obsessive-Compulsive Disorder: Three-Year Follow-Up From the NordLOTS. J American Academy of Child and Adolescent Psychiatry. 2020.

>> Dr. Hilde Sijmons is kinder- en jeugdpsychiater verbonden aan het Universitair Psychiatrisch Centrum, KU Leuven. Ze is bestuurslid bij de vzw OCD-Liga, die als doel heeft om kennis over OCD te verstrekken zowel voor de samenleving als voor hulpverleners die zich verder willen toeleggen op de behandeling van OCD bij kinderen, jongeren en volwassenen. Recent schreef ze Grip op OCD. Wat ouders kunnen betekenen bij een dwangstoornis. LannooCampus, 2025.
'Cognitieve gedragstherapie is de eerstekeuzebehandeling voor OCD bij kinderen'