Gynaecologie
Minder vaak een controlemammografie aanvragen na borstkanker?
De waarde van een controlemammografie na een in opzet curatieve behandeling voor borstkanker is niet duidelijk. De richtlijnen zijn hoofdzakelijk gebaseerd op observatieonderzoeken en een consensus van experts. Er zijn immers geen gerandomiseerde studies ad hoc uitgevoerd. De gerandomiseerde studie Mammo-50, die in 2025 is gepubliceerd in The Lancet, reikt echter nieuwe gegevens aan over een eventuele spreiding van de controlemammografieën.
Er is geen eensgezindheid over de frequentie van mammografische surveillance na borstkanker. Die verschilt van land tot land. Deze non-inferioriteitsstudie heeft het effect van een sterkere spreiding van de controlemammografieën op de borstkankerspecifieke overleving onderzocht bij vrouwen van vijftig jaar of ouder.
Een gerandomiseerde studie van de frequentie van mammografische surveillance
De Mammo-50-studie heeft het effect van minder frequente controles onderzocht bij vrouwen van vijftig jaar of ouder die drie jaar na een curatieve behandeling voor borstkanker geen recidief vertoonden. De multicentrische, gerandomiseerde fase 3-studie is uitgevoerd bij 5.235 patiënten en heeft minder frequente controles (om de twee jaar na conservatieve chirurgie en om de drie jaar na een mastectomie) vergeleken met een jaarlijkse controlemammografie.
Tijdens een mediane follow-up van 5,7 jaar na randomisatie (kwartielafstand 5,0-6,0), dus 8,7 jaar na de in opzet curatieve chirurgie, was de borstkankerspecifieke vijfjaarsoverleving vergelijkbaar in de twee groepen: 98,1% met een jaarlijkse controle en 98,3% met minder frequente controles (HR 0,92; 95% BI: 0,64-1,32). Dat resultaat beantwoordde aan het vooraf gespecificeerde non-inferioriteitscriterium. Een spreiding van de mammografische surveillance correleerde evenmin met een hogere totale sterfte of een hoger risico op recidief tijdens de follow-up.
Implicaties voor de gynaecologische praktijkvoering
Bij patiënten die beantwoorden aan die criteria, kan je dus overwegen minder vaak een controlemammografie aan te vragen. Dat heeft geen meetbare invloed op de belangrijkste oncologische criteria op middellange termijn. Een hoog aantal recidieven en nieuwe kankers werd overigens niet gedetecteerd bij de geprogrammeerde mammografieën, maar naar aanleiding van symptomen.
Voor gynaecologen die vrouwen na borstkanker volgen, pleit die prospectieve non-inferioriteitsstudie dus voor een beredeneerde verlaging van de frequentie van controlemammografie bij vrouwen van vijftig jaar of ouder die geen recidief vertonen na drie jaar. In dat specifieke klinische kader moet het advies tot jaarlijkse controlemammografie wellicht worden herzien.
Referentie:
Dunn JA, Donnelly P, Elbeltagi N, et al. Annual versus less frequent mammographic surveillance in people with breast cancer aged 50 years and older (Mammo-50): a multicentre, randomised, phase 3, non-inferiority trial. Lancet. 2025;405:396-407. doi:10.1016/S0140-6736(24)02715-6.