Preventie van hart- en vaatziekten: wat Europa wil veranderen in de raadpleging
Met haar Europees plan voor hart- en vaatgezondheid wil de Commissie preventie en vroegtijdige opsporing verder systematiseren. Voor huisartsen en cardiologen betekent dit vooral meer gestructureerde controles op basis van leeftijd en de integratie van nieuwe markers in de risicobeoordeling.
Vóór de leeftijd van 35 jaar beveelt de Commissie ten minste één cardiovasculaire beoordeling aan, waarbij wordt gekeken naar levensstijl en de belangrijkste risicofactoren: bloeddruk, bloedglucose, nierfunctie en body mass index (BMI). Bij een familiegeschiedenis van vroegtijdige hart- en vaatziekten of plotseling overlijden moet het onderzoek op maat worden afgestemd.
Tussen 35 en 64 jaar zou minimaal om de vijf jaar een controle worden aangeboden, waarbij de frequentie wordt aangepast aan het risicoprofiel. De anamnese moet de familiegeschiedenis, voeding, lichaamsbeweging, roken, andere nicotinehoudende producten en alcoholgebruik omvatten.
Het bloedonderzoek omvat het totale cholesterol, LDL, HDL en triglyceriden, maar ook een bepaling van lipoproteïne(a), ten minste één keer op volwassen leeftijd. De nuchtere bloedglucosespiegel en HbA1c maken eveneens deel uit van de beoordeling, evenals de nierfunctie aan de hand van serumcreatinine en albuminurie. BMI en tailleomtrek maken het onderzoek compleet. Een ECG wordt uitgevoerd wanneer dit klinisch geïndiceerd is.
Na 65 jaar: op jacht naar stille aandoeningen
Vanaf 65 jaar zou het onderzoek om de drie tot vijf jaar worden herhaald. Het zou worden uitgebreid met het opsporen van atriumfibrilleren, via polsonderzoek en een ECG, evenals met de bepaling van NT-proBNP.
De Europese aanpak is dus gericht op een zowel vroegere als systematischere screening, die zich niet langer beperkt tot bloeddruk en cholesterol. Ze is er ook op gericht om bepaalde aandoeningen die nog asymptomatisch zijn, beter op te sporen.
De lidstaten zijn vrij om deze aanpak aan te passen aan hun eigen zorgstructuur. Voor de arts komt de verandering vooral neer op een meer gestructureerde cardiovasculaire preventie, gebaseerd op een breder scala aan risicomarkers.