Het ongeluk om je lelijk te voelen
Ontevredenheid over het eigen lichaam veroorzaakt veel leed, zeker omdat in onze door uiterlijk geobsedeerde samenleving mooie mensen alles mee lijken te hebben.
Vrijwel iedereen is weleens bang geweest lelijk, of op zijn minst niet perfect, te zijn en daardoor te worden afgewezen. Die angst leeft sterker bij vrouwen dan bij mannen en komt in bepaalde levensfasen vaker voor, vooral tijdens de adolescentie.
“Hoewel elk lichaamsdeel aanleiding kan geven tot ontevredenheid, zien we dat mannen vooral gefocust zijn op hun bovenlichaam – de spieren van schouders en borst, de kaaklijn enzovoort – terwijl vrouwen vooral letten op hun lichaam vanaf de navel naar beneden: buik, dijen, billen enzovoort”, verduidelijkt François Nef, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en docent aan de UCLouvain en de UMons.
Mannen maken zich vooral zorgen over hun lichaamsbouw en hun primaire en secundaire geslachtskenmerken. Ook vrouwen letten op de lichamelijke kenmerken van vrouwelijkheid, maar net zo goed op overtollig vet, een minder stevige huid, striae, spataderen enzovoort.
Schoonheid heeft een grote maatschappelijke waarde. Wie mooi is, heeft meer keuze op de relatiemarkt en vindt gemakkelijker een baan, een hoge functie of een goedbetaalde betrekking. Het is dus niet verwonderlijk dat mensen proberen te ontsnappen aan het ongeluk lelijk te zijn. “Wie mooi is, krijgt vanzelf ook allerlei andere kwaliteiten toegedicht", zegt François Nef. “Omgekeerd zijn we al snel geneigd te denken dat wie lelijk is, dat aan zichzelf te wijten heeft.”
Het debat opentrekken
In die omstandigheden kunnen bijvoorbeeld een litteken, een haakneus, kaalheid, vetophopingen rond heupen en dijen, overgewicht, een wijnvlek of een kleiner dan gemiddelde lichaamslengte zwaar wegen op iemands leven. Ontevredenheid over het eigen lichaam leidt niet alleen tot schaamte, afkeer en schuldgevoelens, maar vaak ook tot angstklachten.
Vooral sociale angst komt veel voor: de vrees om belachelijk te worden gemaakt, afgewezen of beoordeeld. Ook depressieve klachten zijn frequent. Ze kunnen zo ernstig zijn dat een ziekenhuisopname nodig is. In sommige gevallen ontstaan zelfmoordgedachten, al dan niet gevolgd door een poging. Dat komt vooral voor bij patiënten met dysmorfofobie, een ziekelijke preoccupatie met het eigen uiterlijk. Zij zijn buitensporig bezig met een vermeende of werkelijke lichamelijke onvolkomenheid.
Lichamelijke complexen kunnen bovendien uitmonden in eetstoornissen, zoals anorexia nervosa of boulimie. Soms leiden ze ook tot zelfverminking, vaak gelinkt aan die eetstoornissen. Sommige mensen snijden een stukje huid of een vetrolletje weg dat ze ontsierend vinden; anderen maken snijwonden in hun dijen. “Het is daarbij niet de bedoeling vet te verwijderen, maar zichzelf te straffen.”
Toch is het begrip ‘lichamelijk complex’ vaak te beperkt, zoals François Nef al benadrukte in Accepter son corps et s’aimer, een boek dat hij in 2008 samen met Emmanuelle Hayward schreef. Achter een lichamelijk complex gaan immers niet zelden andere onzekerheden schuil. Vanuit bepaalde lichamelijke kenmerken kan iemand gaan twijfelen of hij wel geliefd kan worden, aantrekkelijk is of voldoende presteert.
“Het begrip ‘lichaamsbeeld’ richt zich uitsluitend op het uiterlijk, op een bijna fotografisch beeld – al dan niet waarheidsgetrouw – dat we zouden hebben verinnerlijkt. Het is beter om het debat open te trekken en te spreken over een ‘lichaamsrepresentatie’ of een ‘lichaamsschema’. Lichamelijke complexen draaien niet alleen om schoonheid of esthetische normen. Iemand kan zich ook ongemakkelijk voelen in zijn lichaam omdat hij zichzelf onhandig, niet erg lenig of weinig soepel vindt, of omdat hij bij het lopen sneller buiten adem raakt dan vroeger.”
Om dat duidelijk te maken, haalt de psycholoog een veelzeggend geval aan. Een van zijn patiënten was geobsedeerd door zijn hevig zwetende oksels. In zijn ogen was dat een bron van schaamte, een onvergeeflijk gebrek. Hij dacht dat geen enkele vrouw ooit van hem zou kunnen houden. Uiteindelijk heeft hij zijn eigen leven beëindigd door zelfmoord te plegen.
Breed gedeelde criteria
In wezen zou je schoonheid en lelijkheid als waardeoordelen kunnen beschouwen. Toch bestaan er universele schoonheidsnormen die we al op jonge leeftijd aanleren en die ons hele leven vrij stabiel blijven. Vooral symmetrie lijkt essentieel. Ze geldt niet alleen als een teken van schoonheid – jeugdigheid, harmonie, volmaaktheid enzovoort – maar ook als een aanwijzing voor een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid.
“Mensen die volgens de heersende normen mooi zijn, worden over het algemeen bovendien beter in staat geacht om voor nageslacht te zorgen dan mensen die als lelijk worden beschouwd”, aldus de specialist.
Onderzoek toont aan dat de criteria voor lichamelijke schoonheid in westerse landen door vrijwel iedereen worden gedeeld, ongeacht geslacht, leeftijd, sociaal milieu of etnische achtergrond. Er bestaan echter enkele culturele verschillen. Fransen zouden bijvoorbeeld een voorkeur hebben voor kleine, slanke vrouwen met een gemiddelde boezem, terwijl Amerikanen vaker vallen voor vrouwen met lange benen, een sportieve uitstraling en volle borsten.
Mode speelt ook een rol. “Een eeuw geleden werd een bleke huid bij vrouwen erg gewaardeerd, omdat deze aangaf dat ze tot de welgestelde klasse behoorden. Tegenwoordig gaat de voorkeur uit naar een gebruinde huid, hoewel een lichte huid geleidelijk weer de norm lijkt te worden”, merkt François Nef op.
'Vrouwen die onzeker zijn over hun lichaam vergelijken zich met vrouwen die ze mooier vinden dan zichzelf. Er is dus sprake van een aandachts- of selectiebias die hun complexen alleen maar kan aanwakkeren'
Bij de meeste mensen zijn automatische denkprocessen aan het werk. Ze nemen de vorm aan van gedachten of beelden die spontaan opkomen. Een van de meest voorkomende is de sociale vergelijking. Net als andere automatische denkprocessen kan die belangrijke cognitieve vertekeningen veroorzaken, zoals de overtuiging dat haaruitval iemand afstotelijk maakt of dat een bruine vlek op de wang een vrouw lelijk maakt.
Maar met wie vergelijken vrouwen die onzeker zijn over hun lichaam zich? Met vrouwen die ze mooier vinden dan zichzelf. “Er is dus sprake van een aandachts- of selectiebias die hun complexen alleen maar kan aanwakkeren, omdat wat ze zien hun cognitieve vertekeningen bevestigt”, benadrukt François Nef.
Mensen die psychisch gezond zijn, reageren anders. Zij vertonen juist een zelfdienende vertekening – “Ja, ik ben iets mooier dan de meeste anderen”, “Ja, ik ben iemand van wie je kunt houden” enzovoort. Dat is een uiting van zelfliefde die ontbreekt bij mensen met complexen over hun lichaam.
Scalpel, laser of psychotherapie?
Vier factoren liggen volgens Nef aan de basis van een negatieve kijk op het eigen lichaam.
Ten eerste zijn er de objectieve lichamelijke kenmerken die afwijken van de maatschappelijke schoonheidsnormen. Hoe groter die afwijking, hoe sterker ze het lichaamsbeeld kunnen aantasten.
Ten tweede kunnen verschillende individuele psychologische kenmerken een negatief lichaamsbeeld in de hand werken. Dat geldt onder meer voor een laag zelfbeeld, maar ook voor overmatig perfectionisme. Zoals François Nef in zijn boek schrijft: “De pathologische perfectionist jaagt een schoonheidsideaal na. Ondanks alle inspanningen om zijn uiterlijk te verbeteren, is hij er nooit lang tevreden over.”
Sterke impulsiviteit en angstige of depressieve neigingen behoren ook tot de psychologische factoren die lichamelijke complexen kunnen voeden. Hetzelfde geldt voor de neiging om zichzelf voortdurend door de ogen van anderen te bekijken. Een vrouwelijke genderidentiteit, die zich onder meer uit in een groot belang dat aan elegantie wordt gehecht, kan ook een negatief oordeel over het eigen lichaam in de hand werken.
Een andere cruciale factor is de mate waarin iemand zich vereenzelvigt met boodschappen die schoonheid verheerlijken. Hoe sterker iemand die boodschappen overneemt en schoonheid tot een persoonlijke waarde maakt, hoe groter de kans op ontevredenheid over het eigen uiterlijk.
'Acceptance and commitment therapy (ACT) is erop gericht te veranderen wat kan worden veranderd en te aanvaarden wat niet kan worden veranderd'
De derde categorie omvat socioculturele factoren en heeft betrekking op de schoonheidsnormen die de samenleving uitdraagt. “De media, met vrouwenbladen voorop, prijzen iedereen die aan die normen beantwoordt”, benadrukt François Nef. Hij voegt eraan toe: “Schoonheidsidealen zijn ook doorgedrongen tot de school en het verenigingsleven, bij uitstek plekken waar culturele socialisatie plaatsvindt. Daar worden ze verheerlijkt via sociale media en door tijdschriften die volledig draaien om de cultus van verleiding, diëten, uiterlijk en populaire sterren.”
Tot slot mogen ook interpersoonlijke factoren niet over het hoofd worden gezien. Door hun gedrag en uitspraken kunnen ouders, broers en zussen, klasgenoten en vrienden uit vrijetijdsactiviteiten bijdragen aan het ontstaan en de versterking van een negatief lichaamsbeeld. Bij pesten op school is die impact nog vele malen groter.
Om hun leed te verzachten, hanteren mensen die ontevreden zijn over hun lichaam doorgaans twee soorten copingstrategieën. Ofwel vermijden ze sociale situaties waarin hun werkelijke of vermeende lichamelijke gebrek hen in verlegenheid zou kunnen brengen. Ofwel proberen ze het te verbergen of minder te laten opvallen.
“Op termijn verminderen die vermijdings- en controlestrategieën het leed niet, maar maken ze het juist erger", benadrukt François Nef. “Hetzelfde geldt wanneer iemand in de tegenovergestelde strategie vervalt: berusting, die onvermijdelijk gepaard gaat met gevoelens van machteloosheid en wanhoop.”
Wanneer er daadwerkelijk sprake is van een lichamelijke onvolkomenheid, kan plastische chirurgie soms een oplossing bieden, voor zover een ingreep mogelijk is. De psycholoog waarschuwt echter voor de illusie dat een scalpel of laser het zelfbeeld kan herstellen. Dat geldt vooral voor uitgesproken perfectionisten, die geneigd zijn telkens nieuwe gebreken bij zichzelf te ontdekken. Vaak biedt psychotherapie meer uitkomst, en meer bepaald acceptance and commitment therapy (ACT). Die therapie is erop gericht te veranderen wat kan worden veranderd en te aanvaarden wat niet kan worden veranderd.