Frank Vandenbroucke:
"Obesitas vraagt sterk beleid, geen terugbetaling van Wegovy"
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) volgt het advies van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen (CTG) om Wegovy niet terug te betalen.
De Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen (CTG) van het RIZIV adviseerde Frank Vandenbroucke om Wegovy niet terug te betalen voor de behandeling van obesitas. De minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid volgt dat advies, hoewel dat naar eigen zeggen niet evident was: "Obesitas is een chronische ziekte, die net als alle andere chronische ziektes de beste en vooral de juiste zorg verdient. Een chronische behandeling houd je enkel vol door patiënten centraal te plaatsen en hen te omringen met gepaste vormen van en ondersteuning, in samenwerking
tussen verschillende disciplines zorg. Niet alleen medicatie maar ook intensieve begeleiding door kinesitherapeuten, diëtisten, psychologen en simpelweg een gezonde levensstijl.”
Hoog op de agenda
Dat obesitas een belangrijk gezondheidsprobleem is, staat buiten kijf. In 2022-2023 had net niet de helft van de Belgische bevolking ouder dan drie jaar overgewicht, waarvan 18% aan obesitas leed. Wetenschappelijk tijdschrift The Lancet schat dat in 2050 bijna 70% van de Belgen overgewicht zal hebben indien de trend van de epidemie niet wordt omgebogen. Vandenbroucke vindt dan ook dat zowel de behandeling als de preventie van obesitas, inbegrepen levensstijl en een gezonde voedselomgeving, hoog op de agenda moeten staan.
Studies tonen aan dat semaglutide in combinatie met leefstijlinterventies meer gewichtsverlies geeft dan leefstijlinterventies alleen. De behandeling leidt tevens tot een daling van bepaalde cardiovasculaire incidenten bij patiënten met obesitas en bestaande hart- en vaatziekten. Elementen die een terugbetaling zouden verantwoorden.
Onzekerheden
De beslissing om toch niet terug te betalen, is mede ingegeven door wat de minister als belangrijke onzekerheden beschouwt. "Het effect op de levenskwaliteit is niet eenduidig, en een effect op de sterfte is in de studies niet aangetoond. Bovendien hangt het effect grotendeels af van het blijvend innemen van het medicijn. Wanneer de behandeling wordt stopgezet, neemt het gewicht opnieuw toe. Daarbij komen vaak voorkomende maag- en darmklachten zoals misselijkheid, diarree en braken. Wegovy moet niet worden beschouwd als een korte, corrigerende behandeling die obesitas oplost, maar als een langdurige, chronische behandeling."
Binnen een gespecialiseerd en gestructureerd traject, voor welomschreven groepen met ernstige obesitas en duidelijke gezondheidsproblemen, is gewichtsmedicatie wel degelijk nuttig. Maar zo'n volwaardig, patiëntgericht kader, dat vertrekt vanuit de eerstelijnszorg, maakte geen deel uit van deze aanvraag. "Over hoe dergelijk zorgpad er zal uitzien, lopen momenteel gesprekken tussen het RIZIV, de FOD Volksgezondheid, het kabinet en de Belgian Association for the Study of Obesity", geeft Vandenbroucke mee.
Buitenland
De terughoudendheid van Vandenbroucke is mede ingegeven door de vrees dat de terugbetaling van Wegovy de deur zou openen voor de terugbetaling van andere, soortgelijke obesitasmedicijnen. "Eerdere berekeningen tonen dat de medicamenteuze behandeling van obesitas, in een scenario waarin alle rechthebbenden effectief zouden worden behandeld, kan oplopen tot meerdere miljarden euro per jaar, en zelfs tot meer dan de helft van het totale geneesmiddelenbudget. Zo'n uitgave voor een behandeling waarvan het effect verdwijnt zodra het stopt, zou andere noodzakelijke zorg voor andere patiënten verdringen, zonder dat het vaststaat welk gezondheidseffect we ervoor terugkrijgen in de bevolking."
Vandenbroucke wijst ook naar het buitenland om zijn beslissing te motiveren. Nederland, Duitsland, Noorwegen en Denemarken beslisten al eerder om het middel niet terug te betalen. Momenteel betaalt het Verenigd Koninkrijk de behandeling wel terug, zij het enkel binnen gespecialiseerde gewichtsmanagementdiensten, met verplichte begeleiding en met een limiet van twee jaar.