Europees Hof van Justitie
Ook eerste verzoek inzage persoonsgegevens kan buitensporig zijn
Ook een eerste verzoek tot inzage van persoonsgegevens kan 'buitensporig' zijn, bijvoorbeeld wanneer de aanvraag gebeurt om kunstmatig de voorwaarden te creëren om schadevergoeding te krijgen volgens de AVG. Dat stelt het Europees Hof van Justitie.
Herman Nys, em. prof. medisch recht KU Leuven

Het Europees Hof voor Justitie velde op 16 maart een arrest over het recht op inzage in persoonsgegevens en het recht om inzage te weigeren. Het arrest werd geveld als antwoord op een prejudiciële vraag van een Duitse rechtbank in een geschil tussen een optiekersbedrijf en een persoon die inzage had gevraagd in persoonsgegevens die door het bedrijf waren verwerkt.
Artikel 12 AVG
De vraag van de rechtbank had betrekking op de interpretatie van artikel 12, lid 5 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) dat luidt als volgt:
"Het verstrekken van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde informatie, en het verstrekken van de communicatie (…) geschieden kosteloos. Wanneer verzoeken van een betrokkene kennelijk ongegrond of buitensporig zijn, met name vanwege hun repetitieve karakter, mag de verwerkingsverantwoordelijke ofwel: a) een redelijke vergoeding aanrekenen in het licht van de administratieve kosten waarmee het verstrekken van de gevraagde informatie of communicatie en het treffen van de gevraagde maatregelen gepaard gaan; ofwel b) weigeren gevolg te geven aan het verzoek. Het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om de kennelijk ongegronde of buitensporige aard van het verzoek aan te tonen.”
Het optiekersbedrijf had het verzoek om inzage geweigerd omdat de betrokkene misbruik zou hebben gemaakt van zijn recht op inzage.
Het bedrijf baseerde zich daarvoor op openbaar toegankelijke informatie waaruit bleek dat de betrokkene meerdere verzoeken tot inzage en schadevergoeding had ingediend bij andere verwerkingsverantwoordelijken.
De betrokkene legde zich daar niet bij neer en vorderde schadevergoeding. De rechtbank vroeg aan het Europees Hof wanneer kan worden gesproken van een ‘buitensporig’ verzoek om inzage. Kan daarvan wel sprake zijn bij een eerste verzoek?
Ook eerste verzoek kan buitensporig zijn
Volgens het Hof kan een eerste verzoek tot inzage van persoonsgegevens als ‘buitensporig’ in de zin van dat artikel 12, lid 5 AVG worden beschouwd wanneer de verwerkingsverantwoordelijke, gelet op alle relevante omstandigheden van het geval, aantoont dat de betrokkene dit verzoek niet heeft ingediend om kennis te nemen van de verwerking van die gegevens en om de rechtmatigheid ervan te controleren maar om misbruik te plegen, zoals het kunstmatig creëren van de voorwaarden om schadevergoeding te krijgen.
Het feit dat de betrokkene volgens openbaar toegankelijke informatie meerdere verzoeken tot inzage van zijn persoonsgegevens heeft ingediend, gevolgd door vorderingen tot schadevergoeding bij verschillende verwerkingsverantwoordelijken, mag in aanmerking worden genomen om vast te stellen of er sprake is van een dergelijk opzettelijk misbruik.