Mondiale gezondheid
Brussel legt bijna 800 miljoen euro op tafel voor hiv, tbc en AMR
De Europese Commissie wil haar mondiale gezondheidsagenda kracht bijzetten met bijna 800 miljoen euro aan nieuwe engagementen. Op de One Health Summit in Lyon kondigde commissaris Jozef Síkela extra steun aan voor het Global Fund, bijkomende middelen voor de strijd tegen antimicrobiële resistentie (AMR) en investeringen in onderzoek naar nieuwe antibiotica. Brussel beschouwt infectieziekten en AMR nadrukkelijk als geopolitieke én klinische prioriteiten.
Met een aangekondigde bijdrage van 700 miljoen euro aan de achtste herfinanciering van het Global Fund wil de Europese Commissie haar rol als zwaargewicht in de mondiale strijd tegen hiv, tuberculose en malaria bevestigen. Van dat bedrag is 185 miljoen euro meteen beschikbaar binnen de huidige meerjarenbegroting. De middelen moeten van 2027 tot 2029 op landenniveau worden ingezet, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen, onder wie vrouwen en meisjes die vaak moeilijker toegang vinden tot levensreddende zorg.
Samenwerking Europa-Afrika
Daarnaast trekt de Commissie 46,5 miljoen euro uit voor een nauwere One Health-samenwerking tussen Afrika en Europa. De focus ligt op AMR-surveillance, preventie en infectiecontrole, versterking van laboratoriumcapaciteit en diagnostiek, en intensere samenwerking tussen onder meer het European Centre for Disease Prevention and Control en de Africa Centres for Disease Control and Prevention.
Die keuze is niet toevallig. AMR geldt steeds meer als een stille pandemie: resistentie wordt vandaag al in verband gebracht met meer dan 35.000 overlijdens per jaar in Europa en met een jaarlijkse kost van ongeveer 11 miljard euro voor de Europese gezondheidszorg. Zonder extra actie zouden tegen 2050 wereldwijd tot 10 miljoen mensen per jaar kunnen overlijden aan AMR, van wie 4,5 miljoen in Afrika.
Klimaatverandering
Ook onderzoek en ontwikkeling krijgen een nieuwe injectie. De Commissie voorziet 30 miljoen euro voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en andere medische tegenmaatregelen tegen resistentie. Die middelen, beheerd door de Duitse ontwikkelingsbank KfW, moeten zowel vroege antibacteriële research als latere klinische ontwikkeling versnellen. Daarbovenop komt 20 miljoen euro voor DNDi, via de Agence Française de Développement, voor de ontwikkeling van behandelingen tegen dengue. Daarmee erkent Brussel impliciet ook dat vectorgebonden infecties, mee aangejaagd door klimaatverandering, steeds nadrukkelijker op de Europese gezondheidsagenda komen.
De aankondigingen passen in het nieuwe Global Health Resilience Initiative, dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in haar State of the Union 2025 naar voren schoof en dat nog voor de zomer moet worden gelanceerd. Volgens commissaris Síkela is “wereldwijde gezondheidsveiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid en een strategische investering in onze gemeenschappelijke toekomst”. Met de steun aan het Global Fund en het nieuwe One Health-programma met Afrika wil de EU zich profileren als “een betrouwbare partner” voor internationale samenwerking en langetermijninvesteringen in gezondheid.
Europese paraatheid
Ook commissaris Hadja Lahbib koppelt de aangekondigde investeringen expliciet aan Europese paraatheid. "Door innovatie te ondersteunen van vroege ontdekking tot klinische validatie, kan de EU de ontwikkeling van levensreddende antibacteriële producten versnellen en hun beschikbaarheid veiligstellen", zegt ze. “Deze aanpak pakt AMR aan en versterkt de paraatheid van de EU voor toekomstige gezondheidsdreigingen.”
De Commissie schuift infectieziekten, AMR en veerkracht van gezondheidssystemen opnieuw naar voren als kern van haar gezondheidsbeleid. Dat is ook klinisch relevant: resistentieproblematiek, toegang tot effectieve antibiotica, opkomende vectorziekten en de kwetsbaarheid van zorgsystemen zijn allang geen verre mondiale thema’s meer, maar raken rechtstreeks aan de Europese patiëntenzorg.