Seksuele burn-out, het verlangen uitgeput
PSYCHOLOGIE Seksuele uitputting heeft niets te maken met hyperseksualiteit, maar treft vooral vrouwen die het ‘huwelijkse plichtsbesef’ willen naleven, ook al is hun verlangen sterk afgenomen.

Naast professionele burn-out, ouderlijke burn-out en burn-out bij mantelzorgers, die uitgebreid beschreven zijn in de wetenschappelijke literatuur, is er onlangs een vierde vorm van burn-out onder de aandacht gebracht die tot nu toe niet officieel was gecatalogeerd. Deze vorm van burn-out is het onderwerp van het essay Le burn-out sexuel.(1) Zoals Moïra Mikolajczak, professor psychologie en onderwijskunde aan UCLouvain, in het voorwoord van het boek zegt: “In de geschiedenis van burn-out werd elke nieuwe vorm van uitputting eerst waargenomen door psychologen of psychiaters die in de praktijk werkzaam zijn, vóór ze door wetenschappers werd bestudeerd en geformaliseerd.”
In haar klinische praktijk begon de auteur van het essay, Alexandra de Troz, een psycholoog gespecialiseerd in systemische psychotherapie en seksuologie, interesse te tonen in wat zij ziet als een nieuwe categorie van burn-out. Moïra Mikolajczak beschrijft deze interesse als een legitieme benadering, die recentelijk heeft geleid tot de lancering van een eerste onderzoeksprogramma aan de UCLouvain.
Volgens de auteur bevindt seksuele burn-out zich op het kruispunt van drie soorten symptomen. Enerzijds is er lichamelijke uitputting, gekenmerkt door een aanzienlijke daling van het seksuele verlangen, al dan niet gepaard gaand met pijn, ongemak of zelfs anorgasmie, wat kan uitmonden in een afkeer van seks. Daarnaast is er emotionele nood, die zich kan uiten in gevoelens van schuld, schaamte, machteloosheid, angst of onrust. Ten slotte doet zich binnen het koppel een relationele afstandelijkheid voor, die zich vertaalt in emotionele afstand, vermindering van betrokkenheid, affectie en tederheid, met als doel seksuele contacten te vermijden en zichzelf te beschermen.
“In consultaties zeggen vrouwen mij vaak: ‘Ik wil niet meer dat mijn partner mij aanraakt, zelfs niet teder, omdat ik dat zie als een mogelijke opstap naar seksuele toenadering.’ Zo’n situatie creëert een emotionele woestijn binnen het koppel, met alle frustraties die dat bij de man kan opwekken en alle schuldgevoelens die dat bij de vrouw kan veroorzaken”, preciseert Alexandra de Troz.
Het gewicht van het patriarchaat
Bij seksuele burn-out zijn vrouwen veruit het meest getroffen. Waarom? In essentie omdat de schaduw van het patriarchaat en een van zijn belangrijkste gevolgen, de ‘huwelijkse plicht’, nog steeds sterk aanwezig is, ook al werd die gedeeltelijk afgezwakt door de impact van de #MeToo-beweging.
“Verre van achterhaald, is de huwelijkse plicht vandaag nog steeds zeer aanwezig binnen koppels”, benadrukt Alexandra de Troz. Volgens een Franse enquête uit 2023 uitgevoerd door Inserm, verklaart 43,7% van de vrouwen tussen 18 en 69 jaar dat zij seksuele betrekkingen hebben aanvaard zonder verlangen, tegenover 23,4% van de mannen. In tegenstelling tot vrouwen kunnen mannen hun gebrek aan verlangen echter niet verbergen en zich dus niet laten dwingen tot ongewenste coïtale betrekkingen. Wanneer een man de wens heeft zichzelf en/of zijn partner te bevredigen, maar prestatieangst of een andere oorzaak regelmatig de erectie verhindert, wordt hij minder bedreigd door seksuele burn-out dan door een gevoel van onmacht, frustratie, schuld en schaamte, wat hem ertoe kan brengen seksuele contacten te vermijden, los van een burn-out.

'De huwelijkse plicht is vandaag nog steeds zeer aanwezig bij koppels'
– Alexandra de Troz
De nasleep van een zwaar patriarchaal verleden is vandaag nog duidelijk voelbaar. Als erfgenamen van vroegere dwingende normen – waaronder de verplichting om alles in het werk te stellen om de echtgenoot te behagen – zijn veel vrouwen er nog steeds niet in geslaagd zich daar volledig van los te maken. Alexandra de Troz vermeldt in haar essay dat de overgrote meerderheid van de vrouwen die een psychoseksuoloog raadplegen zich diep schuldig voelen wanneer ze niet kunnen beantwoorden aan de seksuele 'behoeften' van hun partner. Daarom consulteren zij meestal alleen.
Bij gebrek aan wetenschappelijke studies formuleert de Troz de hypothese dat seksuele burn-out een geleidelijk en duurzaam proces van terugtrekking uit seksuele en intieme relaties is, voortvloeiend uit herhaald toestemmen tot seks zonder verlangen en zonder plezier. Een tijdelijke vermindering van seksuele activiteit ten gevolge van ziekte, hormonale veranderingen of stress mag dus niet automatisch met seksuele burn-out worden geassocieerd.
Onvoldoende kennis eigen lichaam
Een bijkomend element dat aandacht verdient omdat het de expressie van plezier belemmert, is de opmerkelijke onwetendheid die veel vrouwen hebben over hun eigen anatomie, en in het bijzonder over de clitoris. Aan de ene kant zijn de vulva en vagina anatomisch minder toegankelijk en minder zichtbaar dan de penis. Echter, het fundamentelere probleem is dat de vrouwelijke anatomie lange tijd uitsluitend werd uitgelicht vanuit een reproductief perspectief, met als gevolg dat vrouwelijke seksualiteit omgeven was door mythen, zoals de vermeende dominantie van de vagina.
Na een onderbreking van meerdere decennia kwam de clitoris in 2005 opnieuw onder de aandacht door het MRI-onderzoek van de Australische uroloog Helen O’Connell. Deze studies maakten het mogelijk voor vrouwen om zich het voornaamste orgaan voor hun seksuele plezier opnieuw toe te eigenen. “Vrouwen die hun intieme anatomie goed kennen, hebben het voordeel dat zij tijdens penetratie de juiste stimulatie van de clitoris kunnen vinden”, benadrukt Alexandra de Troz.
In combinatie met het gewicht van het patriarchaat en een soms al te rigide opvoeding draagt een gebrek aan plezier tijdens intieme relaties bij tot het ontstaan van seksuele burn-out. In haar boek noemt Alexandra de Troz daarnaast een groot aantal risicofactoren: seksuele trauma's (incest, betastingen, verkrachting), een incestueuze gezinscontext, affectieve tekorten tijdens de kindertijd, religieuze of culturele interferentie met seksualiteit, ongelijkheid in huishoudelijke taken, sociale druk om te presteren, mentale gezondheidsproblemen, organische seksuele disfuncties zoals dyspareunie, genitale infecties of ontstekingen, of andere vormen van burn-out (ouderlijk, familiaal of professioneel).
Daartegenover suggereert zij dat conflicthantering binnen de relatie, goede emotieregulatie, gezamenlijke projecten, respect voor elkaars grenzen en goede communicatievaardigheden factoren zijn die bescherming bieden tegen seksuele burn-out.
Uitputting van het zichzelf geven
Alexandra de Troz vat de dynamiek die tot dit type burn-out leidt als volgt samen: “Het gaat om een proces dat begint met het aanvaarden van ongewenste seksuele activiteiten om de relatie te behouden en de partner te behagen. Vervolgens ontstaan symptomen (daling van verlangen, seksueel ongemak, anorgasmie,…) die aangeven dat grenzen zijn overschreden, en uiteindelijk evolueert dit naar uitgesproken vermijding van seksuele contacten en emotionele terugtrekking binnen het koppel.” In die zin komt seksuele burn-out neer op een uitputting van het geven van zichzelf.
Wanneer vrouwen hun grenzen overschrijden door hun lichaam te dwingen mee te gaan waar hun wil hen wil brengen, dient het lichaam als waarschuwingsmechanisme via somatisatie. Zo kunnen vaginale droogte, schimmelinfecties, vulvaire ontstekingen, dyspareunie of vaginisme optreden. Onder deze omstandigheden kent ook de huwelijkse plicht haar grenzen en kan seks als het ware 'in staking gaan', tot grote frustratie van de partner, die rancune en woede kan ontwikkelen.“Ook bij sommige mannen is er lijden. Zij mogen niet gedemoniseerd worden, want velen denken dat zij moeten bestaan via hun seksualiteit. Volgens de sociale verwachtingen die hen worden opgelegd, is het die seksualiteit die hun mannelijkheid moet bevestigen”, legt de psychoseksuologe uit.
Volgens haar getuigt seksuele burn-out van een dieperliggend probleem bij een koppel en kan het worden beschouwd als een vorm van relationele burn-out, waarvan het een van de eerste – zo niet het eerste – signaal is. In de therapeutische aanpak blijkt vaak dat één van de partners (meestal de vrouw) zich overmatig in het koppel investeert, bijvoorbeeld door het grootste deel van de huishoudelijke taken op zich te nemen of structureel de kinderen te verzorgen zodat de partner zijn vrije tijd kan benutten.
Wanneer vrouwen alleen consulteren voor een gebrek aan seksueel verlangen of een daarmee gerelateerde burn-out, is het volgens Alexandra de Troz essentieel dat de therapie wordt uitgebreid naar de partner. “Anders blijven deze vrouwen opgescheept met extreme schuldgevoelens en lossen zij, uit angst de relatie te verbreken, de kernproblemen niet op. De dialoog moet worden geopend en de man moet bewust worden gemaakt van het lijden van zijn partner, van de oorzaken ervan, evenals van zijn eigen verantwoordelijkheden en hun onderliggende mechanismen.” Daarom zet zij in haar klinische praktijk in op systemische therapieën, die het volledige ‘ecosysteem’ van beide partners in rekening brengen.
Wat dan met homoseksuele koppels? Volgens haar klinische ervaring is hun seksualiteit doorgaans veel vrijer en explicieter. Het is relatief zeldzaam dat een van de partners zich tot seks dwingt om de relatie te behouden. De instemming is er duidelijker en het risico op een seksuele burn-out is laag.

>> 1. Alexandra de Troz, Le burn-out sexuel, L'Harmattan, 2025.
Noot van de auteur:
Personen die zich herkennen in deze beschrijving en willen deelnemen aan een studie van de faculteit psychologie van UCLouvain, kunnen hun interesse kenbaar maken via: etudeburnoutsexuel@gmail.com.