Kinderrevalidatie
Orthesen en prothesen in een nieuw jasje
INNOVATIE Bij de woorden orthesen en prothesen denken we vaak aan harde ondersteunende orthesen of net aan het andere uiterste: aan een ultragesofisticeerde myo-elektrische prothese. Door de komst van 3D printing en al de mogelijkheden die daaruit voortvloeien zijn er nu oneindig veel meer opties om tegemoet te komen aan de noden en wensen van zij die het nodig hebben.
In het UZ Gent is een multidisciplinair revalidatieteam dagelijks bezig met het uitzoeken en implementeren van oplossingen op maat gemaakt voor kinderen. We ontdekken deze boeiende en verrassende wereld tijdens een gesprek met prof. Ruth Van der Looven, kinderrevalidatiearts.
Toepassingen
Binnen het maatwerk van 3D-geprinte hulpmiddelen onderscheiden we drie functionele categorieën. Er zijn de stabiliserende hulpmiddelen die ondersteuning bieden aan een gewricht, denk hierbij bijvoorbeeld aan een op maat gemaakte brace na heelkunde. Ten tweede de corrigerende hulpmiddelen zoals een onderbeen- of voetorthese die een voetje in de juiste positie houden bij verlamming van spieren. Tot slot de hulpstukken die niet stabiliseren of corrigeren maar een dagdagelijkse activiteit mogelijk maken, zoals schrijf- en eethulpmiddelen of handortheses waardoor een kind toch een fietsstuur kan vasthouden bij een afwijking aan een hand.
“Uiteraard zijn de klassieke prothesen of de myo-elektrische prothesen ook nog steeds een optie, maar in ons centrum vertrekken we vanuit de noden en de zorgvraag van het kind of de ouders en zoeken we samen naar de beste oplossing”, begint prof. Van der Looven. Dat het (h)erkennen van de nood van het kind primordiaal is, en dat er veel, zeer veel, mogelijk is, loopt als een rode draad door het gesprek.
'We vertrekken steeds van de nood en de vraag van het kind, wat het kind écht wil en waar de échte behoefte ligt.'
Vertrekkend vanuit de nood van het kind
“Zeg nooit nooit”, gaat prof. Van der Looven verder, en ze geeft een aantal voorbeelden. Zoals dat van een jongen waarbij een hand ontbrak maar die zo graag in de goal wilde staan. In zijn boekentas zitten nu een hulpstukje dat hem toelaat te schrijven, een ander om met mes en vork te eten en nog eentje met daarop een keepershandschoen waarmee hij prima de voetbalgoal kan verdedigen. De hulpstukjes worden door de dag gewisseld en zo functioneert die jongen volledig normaal en autonoom.
“Wat we ten allen koste moeten vermijden is dat een kind in een pathologie ingroeit”, vervolgt prof. Van der Looven, “het risico bestaat immers dat wanneer we een kind van in het begin zeggen dat het bepaalde zaken niet kan, het een andere richting zal uitgaan dan waar zijn of haar dromen en talenten liggen. Een goed voorbeeld is dat van een jongen die ervan droomt om automecanicien te worden maar die we, doordat er bijvoorbeeld een paar vingers ontbreken, de richting kantoor insturen, wat hem absoluut niet interesseert en waar hij ook geen aanleg voor heeft.”

Functionele ontwikkeling
Het is niet moeilijk om te begrijpen dat deze zaken de integratie en het psycho-emotioneel welzijn van kinderen bevorderen. Maar er is meer dan dat. Door kinderen toe te laten om zaken te doen en te ontdekken die normaal bij de leeftijd horen, stimuleren we de hele ontwikkeling.
“Denken we maar aan een baby met een aangeboren afwezige hand. Op een gegeven ogenblik moet dat kind leren grijpen, blokken leren vastpakken en weggooien, een essentieel onderdeel in zijn ontwikkeling. Wel, in zo’n geval kunnen wij een ondersteunend hulpstukje maken met daarop velcrostrips waardoor die baby of peuter blokjes kan ‘vastkleven’ en kan het kind later een hulpstukje krijgen waartussen het blokjes kan fixeren en zo torens kan bouwen.”
Neuronale circuits
De impact van het ondersteunen en stimuleren van de normale leeftijdsgebonden ontwikkeling reikt veel verder dan enkel een invloed op de motoriek. Het heeft ook invloed op de evolutie van neuronale circuits en op bepaalde centra in de hersenen.
Prof. Van der Looven illustreert dit met het proces om te leren schrijven. “Stel dat je een rechtshandig kind hebt dat na een traumatisch brachiaal plexusletsel de rechterhand direct na het trauma niet kan gebruiken, vroeger zou je dat kind links hebben leren schrijven. Nu weten we dat dit de ontwikkeling van bepaalde centra in de linkerhersenhelft beïnvloedt én dat het taalcentrum daar ook in de buurt ligt. Dus het ‘gedwongen’ wisselen van de schrijfhand doet veel meer dan de normale motorische ontwikkeling verstoren. Nu zullen we, afhankelijk van de ernst van het letsel, het herstelvermogen en het ontwikkelingsstadium, bij vele kinderen de rechtshandigheid stimuleren.”

Licht en meegroeiend
Er zijn verschillende voordelen aan 3D printing, om te beginnen wordt alles uit zeer licht materiaal vervaardigd (kunststof), wat voor een klein kind een enorm voordeel is. Een ander pluspunt is dat ze met het kind meegroeien, daar waar een klassieke brace een hele tijd moet meegaan, kan een geprinte versie vervangen worden door een iets groter model wanneer het kind groeit.
“En we kunnen alles precies op maat ontwerpen en aanpassen. We vertrekken steeds van de nood en de vraag van het kind, wat het kind écht wil en waar de échte behoefte ligt, en soms moet je daar best wat voor doorvragen. Denk maar aan een kind dat door misvorming aan zijn armpjes niet zelfstandig zijn billen kan vegen na het groot toilet. Dan gaan we samen met de technieker aan de slag om het hulpstukje uit te werken en toetsen we af of dit echt tegemoetkomt aan de vraag. Daarna volgt het meest tijdrovende deel: een ingenieur programmeert de 3D-printer en tot slot wordt het hulpmiddel geprint. Dat laatste kan dan weer zeer snel gaan en gelukkig zijn er een paar firma’s die helemaal mee zijn met het verhaal en bereid zijn dit te doen.”
Budget en terugbetaling

“Geprinte hulpstukken zijn een pak goedkoper (zo’n 100 euro) dan de klassieke prothesen en orthesen”, duidt prof. Van der Looven, “maar zoals vaak moet de regelgeving nog volgen, nu zijn de 3D-geprinte stukken nog niet terugbetaald. Idealiter zou er een enveloppe voor de terugbetaling moeten zijn, zodat hulpmiddelen doeltreffend en zo nodig gecombineerd kunnen worden ingezet. Sommige kinderen willen vooral iets waardoor de omgeving niet ziet dat ze bijvoorbeeld een hand missen. Die willen dan een klassieke esthetisch mooie handprothese. Maar die is niet functioneel, en zou dan kunnen worden aangevuld met functionele hulpstukken voor thuis. Of de myo-elektrische prothesen, fantastisch, echter zeer duur, maar wel terugbetaald. En voor een kleiner kind zijn ze vaak te zwaar, bovendien zijn ze ook zeer fragiel, en kunnen ze makkelijk beschadigd raken, bijvoorbeeld door water of zand.”
De toekomst
In de toekomst zal er zonder twijfel nog veel meer mogelijk worden. Maar voorlopig zou prof. Van der Looven al zeer blij zijn als het centrum kan uitbreiden met een vaste ingenieur in het team én met een gewijzigde terugbetaling die veel flexibeler kan ingezet worden.
