Huishoudhulpen laten de spierballen rollen
Dr. Wim Van Hooste, preventieadviseur-arbeidsarts
Enige tijd geleden schreef ik al eens een opiniestuk over de huishoudhulpen. Recent verscheen er een artikel van Hellebuyck en Haak over de musculoskeletale aandoeningen (MSA) bij huishoudhulpen (HaNu, 2025). Deze artsen van Geneeskunde voor het Volk bespraken de stappen die nodig zijn om de gewrichts-, peesscheden-, pees- en spierziektes te laten erkennen als beroepsziektes door Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s.
Er zijn twee systemen voor de aanvraag van een beroepsziekte: via het ‘gesloten systeem’ (op basis van de Belgische lijst van erkende beroepsziekten; artikel 30 Beroepsziektewet), of via het ‘open systeem’ (zelf het bewijs aanleveren van causaliteit, het verband tussen de beroepsblootstelling en de ziekte; artikel 30bis Beroepsziektewet). Het komt er echter altijd op aan om een volledig en onderbouwd dossier in te dienen, en dan bang beginnen wachten. Het kan een tijdje in beslag nemen, de processie van Echternach valt er soms bij in het niets.
Afgewezen
Vele aangiftes en aanvragen via Formulier 501 en Formulier 503 bij Fedris van de ziektes bij huishoudhulpen worden afgewezen door de ‘niet-erkenning van de blootstellingscriteria’. Beroepsblootstelling moet de doorslaggevende oorzaak van de ziekte zijn. Voor MSA moet de aandoening minstens twee keer zo vaak voorkomen dan bij algemene bevolking om door Fedris als werkgerelateerd erkend te worden. Aangezien de meeste ziektes multifactorieel zijn, wordt een relatief risico van minstens 2 veroorzaakt door de beroepsfactor slechts zelden gevonden. Slechts een derde van de MSA zou als beroepsziekte erkend worden bij huishoudhulpen (Hellebuyck & Haak, 2025). Ondanks het feit dat het fysiek belastend werk is, maar vaak deeltijds, wat de erkenning niet ten goede komt. Van Deun et al. (Masterproef Huisartsgeneeskunde, 2024-2025) toonden significante Odds Ratio’s aan: 1,97 voor schouderpathologie; 2,15 voor epicondylitis lateralis en 5,04 voor carpaletunnelsyndroom.
Fedris gebruikt de Occupational Repetitive Actions (OCRA)-methode voor de beoordeling van het beroepsrisico van de bovenste ledematen. Het is een conform ISO 11288-3 en EN 1005-5 gestandaardiseerde en geverifieerde methodiek voor de ergonomische beoordeling van risico's voor de bovenste ledematen. Niettemin heeft het duidelijke nadelen: het is een tijdrovende methode, het vereist training om te leren gebruiken, het is subjectief met een 30% verschil in schattingen tussen gebruikers en is minder effectief voor niet-repetitieve taken. Het houdt ook geen rekening met individuele factoren zoals leeftijd en geslacht.
Minimumblootstelling
Volgens Fedris moet een hoge minimumblootstelling in acht genomen worden om de ziekte met voldoende waarschijnlijkheid aan het beroep te kunnen toeschrijven (zijnde een OCRA-index van tenminste 14,1). Het noodzakelijke achtergronddocument, ‘Tendinopathie van de bovenste ledematen’, staat niet meer op website van Fedris, maar wel op ‘Ergonomiesite’. Het verklaart het grote aantal afwijzingen van MSA als beroepsziekte bij huishoudhulpen, wat tot frustratie leidt bij zowel werknemers als artsen.
Sinds jaar en dag is het de plicht van elke arbeidsarts om aangifte te doen als er mogelijk sprake is van een beroepsziekte. Deze papieren (!) aanvraagformulieren dienen enerzijds door de werknemer en anderzijds door de (arbeids)arts te worden ingevuld. De arbeidsarts is sowieso de best geplaatste arts om de papierwinkel in orde te brengen. Doe dus beroep op deze expertise!