PneumologiePremium

Longfunctieonderzoek

Respiratoire oscillometrie: theorie, klinische toepassingen en beperkingen

PRAKTIJKTIP Professor Eric Marchand, pneumoloog aan het CHU UCL Namur op campus Godinne, beschrijft  zijn ervaring als arts met een geavanceerde technologie voor meting van de luchtstroom, waarvan de klinische waarde echter nog moet worden aangetoond.

respiratoire oscillometrie
Een oscillometrie wordt nog niet gebruikt als criterium bij het diagnosticeren van ziektes van het ademhalingsapparaat bij volwassenen.

Oscillometrie, een niet-invasief onderzoek van het ademhalingsapparaat, is ontwikkeld in de jaren vijftig. Het biedt nieuwe mogelijkheden bij de diagnostiek en de follow-up van ademhalingsziekten in combinatie met een klassiek longfunctieonderzoek .

Bij oscillometrie meet je de resistentie (Rrs) en de reactantie (Xrs) van het ademhalingsstelsel. Zo kan je de mechanische eigenschappen ervan meten zonder dat de patiënt er een geforceerd manoeuvre voor moet uitvoeren. Met kleine drukschommelingen in de luchtwegen (over het algemeen 5 Hz) meet de techniek de impedantie van het ademhalingsstelsel.

Daardoor is een oscillometrie zeer aantrekkelijk in specifieke populaties zoals jonge kinderen en volwassenen die niet goed kunnen meewerken wegens allerhande klinische situaties (geriatrische patiënten, cognitieve stoornissen,…). In de praktijk wordt een oscillometrie vooral aangevraagd bij zeer jonge kinderen, bij wie je nog geen spirometrie/plethysmografie kunt uitvoeren, om de totale weerstand van het ademhalingsstelsel te meten.

Overtuigende studies

De LEAD-studie is een gerandomiseerde, gestratificeerde studie uitgevoerd bij 7.560 Oostenrijkers.(1) In tegenstelling tot de studies die tot nog toe zijn uitgevoerd, hebben de vorsers in de LEAD-studie een respiratoire oscillometrie gedaan bij een aantal mensen uit de algemene bevolking en hebben ze die resultaten vergeleken met de prevalentie van respiratoire symptomen en/of gediagnosticeerde longziektes.

Parallel daarmee hebben ze een spirometrie uitgevoerd. 2.171 deelnemers vertoonden respiratoire symptomen en/of hadden al een diagnose van een longziekte. 587 deelnemers (27%) vertoonden afwijkingen bij oscillometrie, 483 (22,2%) bij spirometrie en 840 (38,7%) bij oscillometrie én bij spirometrie. Met uitzondering van de weerstand bij 5 Hz correleerden alle abnormale oscillometrische parameters significant met het bestaan van respiratoire symptomen of een longziekte.

In de LEAD-studie bedroeg de prevalentie van afwijkingen 20% bij oscillometrie en 13% bij spirometrie. Vaak wordt een spirometrie aangevraagd in de klinische praktijkvoering, maar dat onderzoek vertoont toch een aantal beperkingen, met name bij de detectie van afwijkingen van de kleine luchtwegen, die soms niet worden opgemerkt. Door tevens een oscillometrie uit te voeren, hebben de vorsers bij een significant groter aantal patiënten respiratoire symptomen of een diagnose van longziekte vastgesteld, vooral in geval van aantasting van de kleine luchtwegen.

Praktisch nut

Een oscillometrie is veel gevoeliger dan een klassiek longfunctieonderzoek om de respons op luchtwegverwijders (bij obstructief longlijden) of specifieke bronchiale reactiviteit bij blootstelling aan een stof die de luchtwegen irriteert, te evalueren.

Een oscillometrie lijkt dus een aantrekkelijk onderzoek, in theorie ook bij patiënten met een normale spirometrie. In tegenstelling tot andere longfunctieparameters wordt een oscillometrie nog niet gebruikt als criterium bij het diagnosticeren van ziektes van het ademhalingsapparaat bij volwassenen. Daarvoor moet je dus voortgaan op beeldvorming, longfunctieonderzoek en duidelijke symptomen.

Een oscillometrie is ook een gemakkelijk onderzoek, dat snel kan worden uitgevoerd door weinig gekwalificeerd personeel. De LEAD-studie leert dat het interessant zou zijn vaker een oscillometrie uit te voeren in de klinische praktijk met het oog op een vroege detectie van obstructief of restrictief longlijden. Een oscillometrie blijkt ook gevoeliger te zijn bij het detecteren van beginnende afwijkingen dan de gebruikelijke onderzoeken.

Een obstructie van de kleine luchtwegen aantonen voor er ventilatieproblemen optreden, is bijzonder interessant bij astma. Volgens de ATLANTIS-studie(2), die begin november 2025 is gepubliceerd, zijn afwijkingen van de kleine luchtwegen vastgesteld met een oscillometrie bij volwassenen met een astma dat goed onder controle was, een vroege, gevoelige en onafhankelijke biomarker gebleken van het risico op latere astma-aanvallen.

'Een oscillometrie biedt een reëel potentieel bij de therapeutische monitoring, maar altijd samen met een klassiek longfunctieonderzoek.'

Beperkingen van de techniek

Bij het analyseren van de resultaten van een oscillometrie wordt gebruik gemaakt van fysische en wiskundige concepten, waar artsen niet zo mee vertrouwd zijn. Doordat artsen de fysische concepten die ten grondslag liggen aan de techniek, onvoldoende kennen, zullen ze het onderzoek ook minder aanvragen. Ook beschikken we nog niet over grotere studies die de correlatie hebben onderzocht tussen de weerstand en de reactantie van het ademhalingsapparaat en symptomen en/of een diagnose van longziekte.

Er zijn nog geen duidelijke referentiewaarden voor de oscillometrische resultaten die correleren met klinische uitkomstmaten. Die referentiewaarden moeten worden bepaald en gevalideerd voor verschillende toestellen zoals nu het geval is voor spirometrie, plethysmografie en de diffusiecapaciteit (DLCO).

Er zijn dus grootschalige longitudinale studies nodig om na te gaan of patiënten met afwijkingen bij oscillometrie in de toekomst daadwerkelijk een longprobleem zullen ontwikkelen. Momenteel loopt een prospectieve studie met metingen bij geforceerde oscillatie bij patiënten met getransplanteerde longen. Professor Marchand heeft het effect van luchtwegverwijders op de hyperinflatie van de longen gemeten bij COPD-patiënten en heeft daarbij vastgesteld dat de oscillometrische parameters goed correleerden met de indices van hyperinflatie van de longen.

Tot besluit, een oscillometrie biedt een reëel potentieel bij de therapeutische monitoring, maar altijd samen met een klassiek longfunctieonderzoek. Op zichzelf heeft een respiratoire oscillometrie nog niet veel praktische waarde en wordt het onderzoek vooral gebruikt voor researchdoeleinden. Er verschijnen echter mondjesmaat aanwijzingen dat een oscillometrie een reële klinische impact heeft. Een probleem bij het evalueren van de evolutie van een gediagnosticeerde ziekte (prognostische waarde) is evenwel zoals al vermeld, dat er nog geen referentiewaarden bestaan ongeacht het gebruikte toestel.(3)

Bronnen en opmerkingen:
1. Breyer-Kohansal R, et al. The LEAD Study: Objectives, Methodology, and External Validity of the Population-Based Cohort Study. 2019 Volume 29 Issue 8 Pages 315-324.
2. Galant, Stanley P, et al. Assessment of the role of small airway dysfunction in relation to exacerbation risk in patients with well controlled asthma (ATLANTIS): an observationnal study. The Lancet Respiratory Medicine, november 2025, Volume 13.
3. Veneroni C, et al. Diagnostic Potential of Oscillometry: A Population-based Approach. https://www.atsconferencenews.org.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • checkdigitale toegang tot de gedrukte magazines
  • checkdigitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • checkgevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • checkdagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 
Geschreven door Dr. Robin Roobaert6 november 2025

Meer weten over

Print Magazine

Recente Editie
16 december 2025

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine